Uit internationaal onderzoek onder leiding van het Radboudumc blijkt dat de 22-wekenprik ervoor zorgt dat pasgeboren baby’s antistoffen tegen kinkhoest in hun bloed hebben en in hun neusslijmvlies. Laatste is een opvallende ontdekking. Het onderstreept hoe effectief de vaccinatie is.
Baby’s zijn in de eerste weken na de geboorte kwetsbaar voor kinkhoest, maar nog te jong om hiertegen gevaccineerd te worden. Daarom kan de vrouw de vaccinatie krijgen in de 22ste week van haar zwangerschap. De antistoffen gaan dan via de placenta naar de ongeboren baby. Maar dus ook naar het neusslijmvlies, de plek waar de bacterie het lichaam binnenkomt.
Uit het onderzoek blijkt ook, dat het hele-cel-vaccin effectiever is dan een accelluliar vaccin. In eerste zit de complete, onschadelijk gemaakte kinkhoestbacterie. Baby’s die na acht, twaalf en zestien weken een hele-cel vaccinatie kregen, hadden een sterkere afweerreactie dan kinderen die een accelluliar vaccin kregen, waar onderdelen van de bacterie inzitten. Dit geeft minder bijwerkingen, maar heeft ook een minder langdurige werking. Nederland gebruikt het accelluliar vaccin, in veel landen met een laag- of middeninkomen wordt het hele-cel-vaccin gebruikt.